Op mijn altaar
Brieven aan Inge 01
Inge de Vries en Inge Spoelstra schrijven deze zomer brieven naar elkaar over roeping, geloof, makerschap en het leven als mystieke meiden (to be).
Dag Inge,
De laatste maanden denk ik veel aan altaren. Ik heb altijd al een neiging gehad om spulletjes te verzamelen en ze met intentie en zorg op een zichtbare plek te plaatsen. Om even aan een kaars te ruiken, iets of iemand mijn gedachten te laten passeren, mijn mooiste sieraden neer te leggen, en te genieten van dit mooie gecureerde plekje in huis (you can get the girl out of the Libra, but you can’t get the Libra out of the girl). Het is een soort ondersteunende plek, waar ik onbewust kracht uit haal als ik er langskom.
Daar ben ik niet de enige in. Van een half leven internetverslaving weet ik dat veel mensen ervan houden om, op hun eigen manier, hun mooie, symbolische, of meest lucky tweedehands trinkets tentoon te stellen. In het vak over rituelen dat ik afgelopen tijd volgde, ging het ook over huisaltaren. Een plek in huis waar nabestaanden een foto van de overledene neerzetten, de urn met as, en misschien een of meerdere bezittingen van de overledene, die symbool staat voor hun en het geleefde leven. In het college bespraken we dat een opvallend hoog percentage van de mensen met een huisaltaar, ook tegen de overledene praat.


Toen Grover dood ging maakten we een plekje voor hem in huis, op onze gele kast. Zijn eetbakje staat er, zijn vlooienkam ligt ernaast. Zijn as zit in een Moomin-pot, de urnen van het (extreem liminale) dierencrematorium waren niet helemaal naar onze smaak. Mijn linoprint staat erbij, een cyanotype die ik maakte, en veel foto’s.
Ik teken en maak ook veel altaren op dit moment. Ergens tussen Grovers overlijden, de start van mijn opleiding tot geestelijk verzorger, en mijn verhuizing naar een nieuw atelier, waar ik een plekje kreeg met een oud Maria-altaar aan de muur included, begon ik en kon ik niet meer stoppen. Ik begon met een enorm ambitieuze reductieprint van Grover, die ik nog steeds niet heb afgemaakt. Ik ben nu op laag en kleur twee, en ik wilde er wel acht.
Ik heb afgelopen week een ander nieuw werk afgemaakt. Het heet Altaar voor mijn woede. Ik maakte het met kleurpotlood. Ik kan me de laatste keer dat ik iets maakte zonder lino eigenlijk niet herinneren. Het voelt kwetsbaar en eng en ook goed om mezelf de vrijheid te geven dat ik kan maken wat ik wil maken. Dat ik hou van lino betekent niet dat het moet.
Ik werk daarnaast aan mijn verdere herstel (if you know you know), ik werk in de tuin, en ik schrijf aan een essay en een gedichtenreeks. In de gedichten schrijf ik over, en vanuit, het perspectief van verschillende tuinen. Wij delen een liefde voor tuinieren, en ik denk dat onze tuin voor ons ook een altaar is. Een altaar voor een gezonde, groene wereld, en ook voor onszelf.
Op mijn altaar ligt deze zomer:
mijn herinneringen aan Grover ⏜ de boeken die ik wil lezen ⏜ de tijd, ruimte en moed om mijn schrijfwerk af te ronden en in te sturen ⏜ het uitproberen van een nieuwe sport ⏜ de vrijheid om te maken wat ik wil maken ⏜ mijn liefde voor mijn lief en de sieraden die ik van hem kreeg ⏜ mijn dagboekje ⏜ flosdraad en tandenstokers ⏜ het opruimen van oude bezittingen om ruimte te maken voor meer leven ⏜ werken aan mijn toekomstige carrierepad
Wat heb jij op je (fysieke of metaforische) altaar liggen? En wat wil je er de komende zomer afhalen, of juist neerleggen?
Liefs,
Inge
Abonneer je op Inge’s nieuwsbrief!












Als mede student religiewetenschappen is deze brief echt een feestje! Heel mooi om de teningen te zien, en mooi geschreven😊
kan nie wachten op de poezie <33